Bouw heeft weinig vertrouwen in Jetten I
De bouw- en vastgoedsector denkt niet dat het Kabinet Jetten I het woningtekort kan oplossen. Het nieuwe kabinet is volgens bouwers slecht voor de economie, slecht voor werknemers in de bouw en slecht voor bouwbedrijven, zo blijkt uit de laatste Bouw- en Vastgoedmonitor.
Gepubliceerd op Cobouw door Stijn van Gils, 28 mei 2026
Het is een interessante, maar misschien ook wel zorgwekkende observatie. Toen onderzoekers van USP Marketing Consultancy net voor de Tweede Kamerverkiezingen aan de bouwketen vroegen welke partijen de beste woningbouwplannen hebben, kwamen er twee partijen bovendrijven: VVD en D66. Die werden op afstand gevolgd door GroenLinks-PvdA (nu PRO) en CDA.
Zo bezien heeft Nederland nu de nagenoeg ideale coalitie van D66, VVD en CDA. Maar de vlag is niet uitgegaan, blijkt uit onderzoek van diezelfde onderzoekers. Integendeel. Uit USP’s laatste Bouw- en Vastgoedmonitor blijkt dat maar een zeer kleine minderheid verbeteringen voorziet voor de bouw vanuit het nieuwe kabinet. “Ik heb geen vertrouwen in de politiek als gevolg van een ontbrekende toekomstvisie over de woningnood, netwerkcongestie en uitblijvende investeringen voor opwekking van energie en infrastructuur”, schrijft een van de deelnemers. Dat zelfs met de twee meest gewenste partijen binnen een coalitie deze de bouw niet kan bekoren, zegt misschien iets over het algehele vertrouwen van bouwers in de politiek.
Kritisch over het investeringsklimaat
Aan de laatste ronde van de Bouw- en Vastgoedmonitor, een onderzoek dat USP elk kwartaal in opdracht van de uitgever van Cobouw Pro doet, deden in totaal 274 respondenten mee. Zij werken in de bouwketen, van architect tot installateur, en hebben vaak een directiepositie. In de regel hebben ze dus een goed beeld van de invloed die beleid heeft of zal hebben op hun onderneming. Je kunt de laatste resultaten van de Bouw- en Vastgoedmonitor hier downloaden.
De onderzoekers vroegen of het kabinet ‘goed' is voor werknemers in de bouw, voor bouwbedrijven, voor de economie in het algemeen en voor het investeringsklimaat. Bij de meeste vragen antwoordt de grootste groep niet te denken dat dit kabinet goed is voor de bouw. Alleen over de vraag of Jetten I positief zal uitpakken voor bouwmedewerkers, zijn de meningen meer verdeeld: 27 procent van de respondenten gelooft dat bouwwerkers er dankzij het nieuwe kabinet op vooruit zullen gaan, versus 32 procent die denkt dat dit juist niet zo is. De rest, ongeveer 40 procent, weet dat nog niet goed. **Deuk in vertrouwen**Het negatiefst zijn bouwers over het investeringsklimaat: maar liefst 55 procent van de respondenten denkt dat Jetten I slecht zal zijn voor het investeringsklimaat in Nederland. De afgelopen jaren trokken de meeste buitenlandse beleggers zich terug van de woningmarkt. Hun investeringen daalden in waarde, onder andere als gevolg van de Wet betaalbare huur. Want die maximeert de huurprijs en dus ook het rendement van vastgoedbeleggers.
Volgens critici heeft door de invoering van deze wet, nog van de hand van oud-woonminister Hugo de Jonge, het imago van Nederland als betrouwbaar land voor woningbeleggers een zware deuk opgelopen. De kabinetten die volgden op dat van Rutte IV, waar De Jonge in zat, is het tot nog toe ook niet gelukt om buitenlandse beleggers te laten terugkeren en in nieuwe huurwoningen te laten investeren. “Investeerders worden weggejaagd door teveel regelgeving en onredelijke belastingen. Veel van mijn collega’s gaan naar het buitenland”, schrijft een van de deelnemers aan het onderzoek.
Niet daadkrachtig
Waarom bouwers nu zo kritisch zijn over politieke partijen die zij een half jaar geleden bij de Tweede Kamerverkiezingen nog prezen, wordt niet duidelijk uit de enquête. Wel spreken verschillende deelnemers hun zorgen uit over het feit dat Jetten I een minderheidscoalitie is. Daardoor zal de coalitie over elke beslissing met de oppositie moeten overleggen en dat kan ten koste gaan van de daadkracht. Ook vindt de bouwketen dat het kabinet te weinig visie heeft. En te weinig gebruik maakt van de expertise uit de bouwsector zelf. “Zolang niet naar het advies van experts wordt geluisterd of deskundige ministers worden aangesteld, worden er wederom verkeerde beslissingen genomen en wordt er aan de verkeerde knoppen gedraaid.”
De keten is bijvoorbeeld kritisch over het plan dat D66 in haar verkiezingsprogramma lanceerde om tien nieuwe steden te gaan bouwen. Volgens de meeste respondenten is dat niet nodig. Ook over het feit dat het kabinet het doel van 100.000 woningen niet meer expliciet in het regeerakkoord noemt, is de sector kritisch. Slechts een kleine minderheid (16 procent) vindt dat goed.
Geen schreeuwers
Sommige respondenten zijn wél gelukkig met het nieuwe kabinet. “Meer ervarenheid en betrokkenheid op basis van kennis en ontwikkeling. Geen schreeuwers die maar wat roeptoeteren”, schrijft een respondent bijvoorbeeld. Een andere deelnemer is gelukkig dat er “hopelijk minder kortetermijnpolitiek” en “populisme” wordt bedreven.
Maar over het algemeen ziet de sector weinig meerwaarde in het feit dat de huidige coalitie vooral bestaat uit ervaren bestuurspartijen. Slechts 29 procent van de bouwketen vindt het een voordeel dat de huidige coalitie uit ervaren partijen bestaat. Onder bouwers denkt zelfs slechts 20 procent dat ervaren bestuurspartijen beter in staat zijn om de problemen op de woningmarkt op te lossen.
**Minder regels het belangrijkste**De onderzoekers vroegen ook welk thema uit het regeerakkoord zij het belangrijkste vinden. In totaal zijn er drie thema's aan woningbouw gewijd: obstakels wegnemen (bijvoorbeeld door regels te schrappen), meer bouwen (bijvoorbeeld door grote gebieden aan te wijzen voor woningbouw) en betaalbaar wonen (bijvoorbeeld door starters subsidie te geven).
De bouwketen blijkt met afstand ‘obstakels wegnemen’ het belangrijkste thema te vinden. Ook politiek gezien is hiervoor veel aandacht. Zo werd onder het kabinet Schoof de commissie Stoer opgericht, die stond voor het Schrappen van Tegenstrijdige en Onnodige Eisen en Regels. Ook in de huidige coalitie is regels schrappen weer een belangrijk thema. Maar in de praktijk blijkt dat vaak moeilijk. Er is namelijk bij elke regel wel een reden waarom die er gekomen is. Zodra een regel dreigt te worden geschrapt, staan er onmiddellijk partijen op die zich als belangenbehartiger voor juist die regel opwerpen.
**Rangschikken**De onderzoekers vroegen de bouwketen om zeven regels die mogelijk versoepeld kunnen worden te rangschikken. De beste regel zetten de respondenten bovenaan, de minst populaire onderaan. Vervolgens gaven de onderzoekers van USP een score aan die zeven regels. Elke maatregel die bovenaan is gezet, heeft zeven punten gekregen (zeven gedeeld door het totale aantal deelnemers). Elke maatregel onderaan kreeg één punt, gedeeld door het aantal deelnemers.
Het liefste zien bouwers een eenvoudiger Besluit bouwwerken leefomgeving. Dit besluit, de opvolger van het Bouwbesluit, bevat regels waar een gebouw aan moet voldoen. Het is een uitgebreid boekwerk, dat ook nog eens regelmatig wordt aangepast. Daardoor vinden bouwers het vaak lastig om de regels te doorgronden.Verder hopen bouwers op standaardisatie van de duurzaamheidsnormen die gemeentes hanteren. Nu stellen gemeentes soms hun eigen eisen. Daardoor kan het gebeuren dat een gebouw in de ene gemeente aan de regels voldoet, maar in een andere niet. “Er is een soort wapenwedloop tussen gemeentes ontstaan die het duurzaamste jongetje van de klas willen zijn”, schrijft een deelnemer. “Zonder dat ze beseffen dat dit de haalbaarheid van bouwprojecten significant beïnvloedt. Als het Rijk dit wél zou beseffen en daarnaar handelt, zou dat een enorme vooruitgang zijn.”